Michelangelostraat 2, 3066 NM Rotterdam                 Telefoon: 010–4135186        
 
 
 

Home
Diensten
Notaris
Tarieven
Actualiteiten

Kantoor en Contact
Routebeschrijving

Vacatures
Algemene Voorwaarden
 
 

Actualiteiten

De Wettelijke Verdeling of de Tweede Trap?

De wettelijke verdeling
Sinds 1 januari 2003 is de wettelijke verdeling van toepassing op een nalatenschap, indien de overledene een echtgenoot en een of meer (klein-)kinderen nalaat en niet bij (afwijkend) testament over zijn nalatenschap heeft beschikt.
Door de werking van de wettelijke verdeling verkrijgt de langstlevende de eigendom van alle goederen die tot de nalatenschap behoren, terwijl de kinderen een vordering op de langstlevende verkrijgen ter waarde van hun erfdeel (een kindsdeel). De langstlevende heeft de verplichting alle schulden van de nalatenschap te voldoen.
Tot deze schulden behoren ook de over de vorderingen van de kinderen verschuldigde successierechten.
Toepassing van de “wettelijke verdeling” kan successierechtelijk daardoor een dure aangelegenheid zijn voor de langstlevende echtgenoot.

Neem Joost (62) en Charlotte (60), een in gemeenschap van goederen getrouwd echtpaar met 2 kinderen en 3 kleinkinderen.
Hun vermogen bestaat voornamelijk uit stenen, namelijk de stenen van hun prachtige vrijstaande woning, waar heel wat verbouwingsuurtjes van Joost inzitten. Na de kleinkinderen hun grootste trots en onlangs nog getaxeerd op € 500.000,-. Hypotheekvrij, want Joost en Charlotte hebben hard gewerkt om hun schuld aan de bank af te lossen.
Zij leven goed van het inkomen van Joost, maar houden niets over. Charlotte werkt niet meer en ook Joost hoopt binnenkort te stoppen met werken en te gaan genieten van een (bescheiden) pensioen. Zover komt het helaas niet. Joost overlijdt. Hij heeft geen testament gemaakt, zodat de wettelijke verdeling op zijn nalatenschap van toepassing is.
Zijn nalatenschap bedraagt € 250.000,- (de helft van de huwelijksgoederengemeenschap).
Charlotte krijgt ‘het huis en de spullen’ toebedeeld en de kinderen verkrijgen elk een vordering op moeder van € 83.000,-.
De vordering is - bij de huidige wettelijke rente - renteloos, tenzij Charlotte en de kinderen anders overeen komen.

De wettelijke verdeling heeft op een aantal punten een nadelige uitwerking voor zowel de kinderen als Charlotte:

Renteloze vorderingen: Voor de berekening van het successierecht kan de waarde van de renteloze vordering teruggebracht worden tot ongeveer € 33.000,-. Het door Charlotte te betalen successierecht blijft dan weliswaar beperkt tot ca. € 3.000,-, maar zelfs een dergelijk bedrag kan in een nalatenschap met weinig contanten voor de langstlevende een behoorlijke financiële aderlating betekenen, die bovendien voorkomen had kunnen worden.
Als over de vorderingen wel rente wordt berekend, dan kunnen de successierechten – door het progressieve karakter - oplopen tot zo’n
€ 14.000,- (hoe meer je erft, hoe meer je betaalt).

Overlijdt een van de kinderen van Joost en Charlotte voordat Charlotte overlijdt, dan moet nog een keer successierecht betaald worden over dezelfde vordering door de erfgenamen van dat kind.

Een ander punt is dat Charlotte door omstandigheden genoodzaakt kan zijn haar vermogen te verteren (“op te eten”); bijvoorbeeld omdat zij zorg moet inkopen of omdat zij haar inkomen moet aanvullen.
Dan blijkt dat er bij het overlijden van Charlotte van de vorderingen van de kinderen weinig meer over is, terwijl er wel belasting (successierecht) over is betaald.

Charlotte heeft als echtgenote een van successierecht vrijgesteld bedrag van maximaal 600.000,-- (minimaal 155.000,-). Dit fiscale voordeel blijft dus voor het grootste gedeelte onbenut.
Zou Charlotte tot enig erfgenaam zijn benoemd, dan was er – bij het overlijden van Joost - geen successierecht verschuldigd.

De Tweede Trap: een prima instrument
In een zogenaamde tweetrapsmaking wordt de langstlevende bij testament tot enig erfgenaam benoemd (de Eerste Trap) en vormen de kinderen de Tweede Trap. Zij worden aangeduid met de term ‘verwachters’ en zitten voorlopig erfrechtelijk in de wachtkamer. Er wordt feitelijk twee keer over hetzelfde vermogen beschikt: De nalatenschap van Joost gaat eerst in zijn geheel naar Charlotte. Als Charlotte overlijdt gaat (het restant van) de nalatenschap van Joost naar de kinderen. Zij erven dus bij het overlijden van Charlotte in twee etappes: 1x van vader Joost en 1x van moeder Charlotte.

Dit levert successierechtelijk een aantal voordelen op:
  1. Charlotte maakt optimaal gebruik van de fiscale vrijstelling (in het voorbeeld is zij bij het overlijden van Joost geen successierecht verschuldigd);
  2. Charlotte hoeft geen successierechten te betalen voor haar kinderen;
  3. Er wordt 2x gebruik gemaakt van lage successietarieven;
  4. Er wordt slechts successierecht betaald over de werkelijke verkrijging en niet over een vordering, waarvan niet zeker is of die in de toekomst ook werkelijk uitgekeerd zal worden.
Een tweetrapsmaking lijkt in de uitwerking op de wettelijke verdeling: in beide gevallen blijft de langstlevende – in materieel opzicht tenminste – zo goed mogelijk verzorgd achter en krijgen de kinderen in beginsel pas iets als de langstlevende is overleden. Belangrijk verschil is echter dat er bij de langstlevende in veel gevallen geen successieaanslag op de deurmat valt indien de overledene bij testament een tweede trap heeft ingesteld.

Bedraagt de nalatenschap ten hoogste € 600.000,- en/of zijn er weinig contanten beschikbaar en/of ervaart men een gezonde afkeer om over het – in emotioneel opzicht – eigen geld nogmaals belasting te moeten betalen, dan is de hier besproken tweede trap een prima instrument.

Belasting betalen is nooit leuk, maar als de fiscus na het overlijden nog een keer op de stoep staat bij de langstlevende, is dat wel een heel onaangename verrassing.

Legitieme rechten van de kinderen
Mocht een kind zich zodanig gegriefd voelen door deze impliciete “onterving” en aanspraak maken op zijn legitieme portie, dan komt hij helaas van een koude kermis thuis:
Allereerst is daar de wettelijke bepaling die de aanspraken van de legitimaris halveert. Door in het testament bovendien te bepalen dat de legitieme aanspraken pas te gelde kunnen worden gemaakt door de kinderen bij het overlijden van de langstlevende, zal een legitimaris zich wel twee keer bedenken alvorens te spreken.
De rechten van de langstlevende komen niet in gevaar door eventuele aanspraken van de kinderen.

Opgemerkt moet worden dat ook de (successierechtelijke) gevolgen bij het tweede overlijden uitdrukkelijk in een regeling betrokken dienen te worden, waarbij onder meer gedacht kan worden aan een goed opgezet en uitgevoerd schenkingsplan.

Uw notaris kan u over het voor uw situatie meest geschikte testament het best informeren. Dat kost wel wat, maar het bespaart ook wel wat!

Mr. Marleen C. Loof
Kandidaat-notaris
Notariskantoor Paulusma Loof
Rotterdam

 Printversie artikel de Wettelijke Verdeling of de Tweede Trap?